Haar vader deed veel ‘gekke dingen’ door zijn bipolaire stoornis, maar Yonne is hem dankbaar: ‘Ik gun hem de berusting die ik ook heb’
- Yonne Siemons
- 13 apr
- 11 minuten om te lezen
Artikel BN de Stem door Freek Verhulst op 12 april 2026

Soms was Yonne Siemons (35) bang voor haar vader. Soms was ze banger dat ze op hem zou lijken. Maar vooral voelt ze dankbaarheid en berusting. Hoe is het om op te groeien met een bipolaire vader, die vanwege zijn stoornis steeds in bizarre, soms komische en soms schrijnende situaties belandt?
De laatste keer dat Yonne haar vader Jos* in levenden lijve zag, is inmiddels bijna vijf jaar geleden. „Hij zat ineens, onaangekondigd, hier op het terras voor ons café”, weet Yonnes man Jack nog. „Hij zat op een bankje en zei: ik kom voor Yonne.”
Jack licht Yonne in, belt de wijkagent en zorgt ervoor dat Yonnes vader hun kinderen niet te zien krijgt. „Uit bescherming”, zegt Yonne. „Je weet niet in welke toestand hij daar zit. Kijk, het is geen verkeerde man. Maar als hij psychotisch is, is hij wel gevaarlijk. Mama was vroeger ook wel eens bang dat hij mij zou ontvoeren. Dat verzin je niet zomaar.”
Het werd een apart gesprek. „Je moet je voorstellen dat er iemand tegenover je zit die jou al vijftien jaar niet heeft gezien, maar alleen over zichzelf kan praten.”
Ze herinnert zich de spraakwaterval die over haar werd uitgestort: „Het gaat niet goed met mijn gezondheid, maar ik wil wel even met je kletsen, want ik had eigenlijk best wel wat centjes op de bank staan. Maar ja, ik moest kogelwerend glas hebben voor mijn auto. Dat heb ik gedaan en dat kost allemaal geld. Dus ja, dan ga ik zo meteen dood en dan krijg je niks. Dat wilde ik wel even zeggen. Dus hier heb je drie aanstekers in de kleuren van de Belgische vlag”, gooit Yonne er, druk gebarend, in één adem uit. „Zo ging het twintig minuten door. Daarna stond hij op en was-ie weg.”
Ze vertelt het aan tafel in bruin café JaxX aan de Molenstraat in Roosendaal, dat Yonne ten tijde van het gesprek nog met haar man Jack bestierde. Zo rond 10.00 uur ’s ochtends is het gesloten en staan er geen gasten aan de bar. Alleen de hond onderbreekt het gesprek soms, omdat er een balletje gegooid moet worden.
Ze is een energiek verteller, die soepel van de ene naar de andere anekdote hupt. Met altijd precies genoeg ruimte voor een relativerend lachje. Yonne omschrijft zichzelf als een rasoptimist en dankbaar mens. „Gelukkig heb ik niet de stoornis van Jos geërfd, wel zijn intelligentie en wijsheid. Denk ik.”
Haar biologische vader heeft een bipolaire stoornis. Dat is een psychiatrische aandoening die wordt gekenmerkt door grote stemmingswisselingen: van extreem gelukkig (manisch) tot juist het andere uiterste (depressief).
Over de relatie met haar vader schreef ze vorig jaar, onder het pseudoniem Sara Geluk, haar debuutroman Doodgelukkig – brieven van mamma, dat inmiddels in de Nederlandse bibliotheken en boekhandels ligt en zelfs al toe is aan een tweede druk.
„Zijn gezondheid gaat dusdanig achteruit dat ik dit geschreven wilde hebben voor hij er niet meer is. Ik wil ermee aangeven dat ik berusting voel. En ondanks alles ben ik erg dankbaar voor zijn genen en voor wie ik mede daardoor ben.”
'Jos is een serieus heftig geval, zelfs een studiecasus in meerdere boeken. Je leven verloopt niet altijd zo als je manisch-depressief bent'
Het werd een fictieverhaal, gebaseerd op de feiten uit haar leven. Om de emotionele afstand behapbaar te houden, veranderde ze wat zaken: in haar boek is het de moeder die een bipolaire stoornis heeft. En waar je normaal de waarheid sterker aanzet of romantiseert als je een boek schrijft, zwakte Yonne haar verhaal juist af: „Ik heb de heftigste dingen eruit gelaten. Jos is een serieus heftig geval, zelfs een studiecasus in meerdere boeken. Ik wil niet dat het overkomt alsof je leven altijd zo verloopt als je manisch-depressief bent.”
De stoornis van haar vader uit zich voor het eerst terwijl haar moeder nog zwanger is van Yonne. Eerst raakt hij in een depressie, daarna wordt hij wegens een manische episode opgenomen in psychiatrische instelling Vrederust in Halsteren.
Eenmaal thuis, net na de bevalling, belandt hij al snel opnieuw in een episode. „M’n moeder, destijds begin twintig, heeft hem toen gezegd: ‘Als je wil dat ik met Yonne hier blijf, moet je je medicijnen gaan nemen.’ Dat wilde hij niet. Hij was bang dat dat hem emotioneel zou afvlakken”, vertelt ze. „Ik begrijp dat achteraf wel, het is een permanente zoektocht naar balans, kiezen tussen twee kwaden. Echt schrijnend.”
Knuffelbeertje tussen de wietplanten
Dus vertrekt haar moeder, samen met de drie maanden oude Yonne. Wel gaan ze regelmatig bij Jos op bezoek. „Mijn moeder heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij mijn biologische vader is, maar ik heb het nooit willen beseffen. Telkens vergat ik weer waarom we naar die gekke meneer toe gingen.”
Totdat op haar 7de ineens het kwartje valt. „Mijn stiefvader ken ik niet anders dan als papa. Na een bezoek aan Jos vroeg ik in de auto naar huis: ‘Waarom gaan we eigenlijk altijd naar Jos toe?’ Toen zei mijn moeder: ‘Van wie denk jij dat je die blauwe ogen hebt?’ Misschien was het de manier waarop ze het zei, maar toen kwam in één keer het besef.”
'Ik wil dat als mijn dochtertje mij ziet, dat ze een fatsoenlijke papa ziet en niet een delinquent die gekke dingen doet'
Jos tegen de rechter in 2002
Ze merkte wel eerder dat er iets raars was met ‘die meneer’. Zoals die keer toen hij ‘een cadeautje voor haar’ had. „Ik moest even mee naar boven komen en een kamer in lopen. Die stond helemaal vol met wietplanten, maar ergens in een hoekje stond een knuffelbeertje. Dat was voor mij. Waarom ik dan per se naar boven moest komen en die kamer in moest? Geen idee. Dat vond ik wel gek.”
Hij klinkt soms als een stripfiguur, haar vader. Zeker in de krantenknipsels van de keren dat zijn escapades het nieuws haalden. Naakt een snackbar binnenlopen om een cheeseburger ‘te verduisteren’. Spontaan zin hebben om naar Zuid-Frankrijk te rijden maar beseffen dat je zelf geen auto hebt, dus dan maar een willekeurige Mercedes van de straat plukken en in een wilde politieachtervolging belanden. Of die keer dat hij in de rechtbank een pen jatte van de officier van justitie.
„Terwijl hij terechtstond voor diefstal. Dat is toch eigenlijk hilarisch?” zegt Yonne. „Daar kan ik ook mee lachen, dat moet ook wel, ik kijk er glas-halfvol naar. Het is grenzeloosheid, maar dat zorgt ook voor een heel rijk leven. Deze man heeft héle hoge pieken gekend, pieken die wij nooit zullen ervaren.”
Maar die grenzeloosheid gaat ook ten koste van anderen. „Dat hij iemand anders pijn doet, komt op het moment niet in hem op. Ik denk niet dat hij ooit iemand moedwillig heeft willen kwetsen, maar dat is er ook heel sneu aan. Het is een ziektebeeld.”
'Hij heeft het record, geloof ik, voor het aantal keren dat hij in Vrederust heeft gezeten. Achttien keer, dat heeft niemand geëvenaard'
Jos worstelt daar zelf ook mee, blijkt uit een rechtbankverslag uit 2002 in BN DeStem. Tijdens de zitting (waarin hij ook de pen van de officier van justitie steelt), zegt hij tegen de rechter: „Ik wil dat als mijn dochtertje mij ziet, dat ze een fatsoenlijke papa ziet en niet een delinquent die gekke dingen doet.”
Soms gaan die dingen erg ver. Uiteindelijk zit Jos zelfs vijftien jaar vast voor een ernstig vergrijp (vanwege de gevoeligheid wil Yonne daar niet in de krant over uitweiden). Ook daarvoor waren er soms angstige momenten.
Als kind ging ze zo’n vijf keer per jaar bij hem op bezoek, al was dat altijd afhankelijk van Jos’ toestand. Ging het slecht of was hij opgenomen in Vrederust, dan mocht Yonne van haar moeder niet op bezoek. „Hij heeft het record, geloof ik, voor het aantal keren dat hij in Vrederust heeft gezeten. Achttien keer, dat heeft niemand geëvenaard.”
Nachtmerries van stalking
Na een langere opname, waarin ze elkaar dus een tijd niet zien, begint een periode van stalking, waarbij haar vader plots langs het schoolplein van haar basisschool staat. Daar krijgt ze zelf eerst weinig van mee, vertelt Yonne.
„Ik mocht dan gewoon van de juf langer blijven om te helpen punten te slijpen of zo. Ondertussen werd dan mijn moeder gebeld: ‘Luister, Jos staat bij school, bel de politie maar.’ Zodra het veilig was, werd ik dan opgehaald.” Maar later verschijnt hij ook bij hen thuis voor het raam: „Toen zijn er echt wel momenten geweest dat ik echt bang van hem ben geweest.”
Later beseft ze dat haar vader geen kwade bedoelingen had. „Zijn intentie was helemaal niet om mij angst aan te jagen. Hij werd wakker, miste zijn dochter en dacht: ik wil haar zien”, vertelt ze. „Maar ja, ik zat binnen en was echt bang. Ik heb er nachtmerries van gehad. Er staat ineens iemand buiten die je jaren niet hebt gezien, in het donker, met een rare grote hoed op.”
'Een week eerder was Jos met een mes naar binnen gelopen, en had hij de eigenaar en zijn vrouw bedreigd'
Op haar 15de bereikt Yonne een punt waarop het te veel wordt. Ze zou die dag samen met haar vader de trein pakken naar oma (Jos’ moeder). Het sneeuwt. Omdat de trein niet rijdt, doen ze nog even een bakje koffie bij het toenmalige hotel Merckx in de Brugstraat om daarna de bus te pakken.
„Komt de eigenaar met een knuppel achter de bar uitlopen en die jaagt ons eruit”, zegt Yonne. „Ik snapte er helemaal niets van, ik zat vlakbij op school en kwam daar altijd. Dus liep ik terug naar binnen om verhaal te halen. Toen vertelde de eigenaar dat Jos een week eerder met een mes naar binnen was gelopen, en hem en zijn vrouw had bedreigd. Ja, dat zijn wel momenten dat je hart in je keel klopt.”
Eigenlijk wil ze naar huis – ‘dat was superdichtbij’ – maar ze durft niet bij haar vader weg. „Dus ging ik mee. We hebben nog een uur zitten wachten in de kou. In de bus haalde hij een hele stapel visitekaartjes uit z’n tas: ‘Die mag je hebben’, zei hij.”
De druppel
Yonne wil alleen maar naar oma, die ze op dat moment ook al wat jaren niet heeft gezien. „Daar was ik veilig. We moesten in Zevenbergen nog een stukje naar haar huis lopen, hij wilde wel drie keer pauzeren om een sigaretje te roken. Ik was heel onrustig.”
Eenmaal aangekomen doet oma de deur open: „Ze kijkt naar mij, kijkt naar hem en zegt: ‘Yonne, ga jij maar in de woonkamer zitten. Ik ga nu de politie bellen.’ Ze kon het aan hem zien, dat het niet goed zat. Ik ben opgehaald door m’n moeder, hij is vervolgens meteen opgenomen.”
'We worden allemaal ongevraagd op de wereld gezet. En dan worden jouw kaarten zo shit bedeeld'
Dat is de druppel voor Yonne. Ze ziet hem hierna vijftien jaar lang niet meer, totdat hij dus in 2021 ineens opduikt op dat bankje op het terras van haar café. „Ik heb op m’n 15de de keuze voor mezelf gemaakt en hem een brief geschreven waarin ik zei: ‘Ik kan dit niet. Het is te moeilijk voor mij op deze manier, om jou te zien. Dus dan zie ik je liever niet’.”
Ziekte en persoonlijkheid staan los van elkaar
Het is daarom dat ze in haar boek steeds van perspectief wisselt; elk verhaal heeft nu eenmaal twee kanten. Ze voelt vooral empathie voor haar vader. „Ik heb vooral medelijden met hem, want het overkomt hem. We worden allemaal ongevraagd op de wereld gezet. En dan worden jouw kaarten zo shit bedeeld...”
Bang is ze niet meer, wel is er een bepaalde emotionele afstand. Yonne vraagt zich steeds vaker af wat er nog over is van de man die ooit haar vader was. „Het is de vraag in hoeverre zijn karakter nog aanwezig is. In hoeverre is hij nog de spontane, intelligente Jos waar mijn moeder verkering mee kreeg?”
Dat de stoornis en het karakter van haar vader twee verschillende dingen zijn, besefte ze al jong. „Een complexe gedachte voor een kind? Nee hoor, zo zie ik dat niet, ik was gewoon een heel optimistisch kindje. Mijn moeder heeft hem ook nooit hard veroordeeld. Er zijn echt wel dingen die niet door de beugel kunnen, maar zelfs dan bedenk je: oké, in hoeverre is dit zijn gedrag en in hoeverre is het de ziekte? Je weet nooit honderd procent zeker waar je het aan moet toeschrijven.”
Wat is een bipolaire stoornis?
Iemand met een bipolaire stoornis heeft sterke stemmingswisselingen. Die kunnen af en toe optreden, dan heeft iemand ook periodes met een normale stemming. Ze kunnen ook snel achter elkaar optreden. Sommige mensen hebben vooral manies en anderen vooral depressies. De stemmingen kunnen extreme vormen aannemen, zowel naar de depressieve als naar de manische kant.
Vanwege die extreme uitersten, of tegenpolen, heet dit een bipolaire stoornis. Vroeger noemden we dit ook wel manisch-depressief.
Hoe vaak komt het voor?
Stemmingsstoornissen komen veel voor. 10 procent van de mannen en 20 procent van de vrouwen maakt een keer een depressie door. Zo’n 2 procent van de mensen maakt wel eens een manie door, en daarmee een bipolaire stoornis. De bipolaire stoornis openbaart zich vaak voor het eerst rond je twintigste. Maar ook kinderen en jongvolwassenen hebben soms verschijnselen die op deze ziekte wijzen.
Vincent van Gogh en lotgenoten
Jaarlijks is het Wereld Bipolaire Dag op 30 maart. Die datum is namelijk de geboortedag van Vincent van Gogh, die vermoedelijk zelf een bipolaire stoornis had. Mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving kunnen informatie en ervaringen delen met lotgenoten via, bijvoorbeeld, de Stichting Petra Etcetera.
Bang voor de trigger
Herkent ze dingen van hem in zichzelf? „Ja, nou, ik ben eigenlijk ook blond, maar ik heb mijn haar
geverfd omdat ik destijds als kind meer op m’n moeder wilde lijken. Dat is wel een reden dat ik het donker ben gaan verven. Uiteindelijk heb ik het zo gelaten omdat dit beter bij me past, maar dat is wel de originele reden. Ik ben een hele tijd bang geweest dat ik op hem leek. Dat ik ineens dacht: is dit raar gedrag?”

'Ik weet niet of hij beseft dat ík het boek heb geschreven, en wat de boodschap is van het verhaal'
Sterker wordt die zorg als Yonne zwanger wordt van haar eerste kind. „Ik was bang dat dat een trigger zou zijn.” Zoals haar eigen aanstaande geboorte dat voor haar vader was. „Maar elke heftige gebeurtenis in je leven kan die trigger zijn, vooral tussen je 18de en 30ste. Ik ben er natuurlijk wel erfelijk mee belast.”
Maar de trigger blijft uit. „Toen ik eenmaal door die zwangerschap heen was, kwam er berusting. Ik maak me er nu geen zorgen meer om”, zegt ze. „Ik ben blij dat het is zoals het is. Anders was ik niet de Yonne geweest die ik nu ben.”
Weinig hulp voor mensen met bipolaire stoornis en hun omgeving
Ze gunt haar vader diezelfde rust. „Dat zou ik zo graag willen voor hem. Dat is ook een reden dat ik het boek wilde schrijven. Het eerste exemplaar is naar hem verstuurd. Ik weet alleen niet of hij beseft dat ík het heb geschreven, en wat de boodschap is van het verhaal. We hebben hem er wel voorzichtig naar gevraagd, maar kregen geen duidelijk antwoord.”
'Mensen met de stoornis vragen zich na een diagnose af: oké, en nu? Dat geldt ook voor de mensen eromheen'
Ze hoopt vooral dat haar boek in bredere zin voor meer erkenning zorgt. „Voor andere mensen die leven met een bipolaire stoornis, of hun familieleden. Want er is eigenlijk nog steeds vrij weinig hulp. Ik merk dat mensen echt zwemmen. Niet alleen de mensen met de stoornis vragen zich na een diagnose af: oké, en nu? Ook de mensen eromheen hebben vaak geen idee.”
Een grens bewaken, hoe triest dat ook is
Dat heeft ze zelf eigenlijk ook nog steeds niet, geeft ze toe. „Ik wil met mijn boek alleen laten zien dat het inderdaad moeilijk is om met iemand te leven die een mentale uitdaging heeft. Ik trek geen conclusies over hoe je ermee om moet gaan, wel over hoe je voor jezelf een gezonde grens bewaakt, hoe triest dat soms ook is”, zegt ze. „Je kunt alleen je eigen leven leiden en proberen de wereld een beetje mooier achter te laten dan hoe je hem vond.”
De naam van Yonnes vader is om privacyredenen gefingeerd.
Het boek Doodgelukkig – brieven van mamma is te lenen in Nederlandse bibliotheken en verkrijgbaar via diverse webshops. De Roosendaalse Yonne Siemons (Sara Geluk) werkt momenteel aan haar tweede roman, van haar debuut verschijnt binnenkort een tweede druk.





















Opmerkingen